top of page

Passie, nabijheid en structuur: directeur Tom Bekaert over het leven op Internaat Don Bosco 2.0

Tom Bekaert.jpg

We denken allemaal wel te weten wat een internaat precies inhoudt, maar eerlijk? Veel verder dan die oppervlakkige gedachte kwam ik zelf ook niet. Tot ik onlangs Tom Bekaert ontmoette, die me met veel geduld en enthousiasme meenam achter de schermen van het internaatsleven. Wat eerst een mysterieuze wereld leek, werd plots een plek waar verhalen, routines en onverwachte gezelligheid samenkomen.

 

“Het voelt niet als werken. Het is een passie.”

Met die woorden vat Tom Bekaert zijn job als directeur van Internaat Don Bosco 2.0 samen. Op zijn 37e staat hij aan het hoofd van een internaat waar niet alleen studie, maar vooral begeleiding, verbondenheid en persoonlijke groei centraal staan.

Maar wat maakt dit internaat nu zo bijzonder?

Van intern tot directeur

Tom is allesbehalve een afstandelijke directeur die vanachter zijn bureau leiding geeft. Hij is meerdere dagen per week aanwezig op het internaat en combineert zijn organisatorische taken met een actieve rol in de dagelijkse begeleiding van de jongeren.

Die betrokkenheid komt niet uit het niets: Tom was zelf tien jaar intern en groeide later door binnen de werking. Zijn persoonlijke ervaring met het internaatsleven vormt vandaag de basis van zijn visie. Hij stuurt een team van vier opvoeders aan, maar staat zelf evenzeer tussen de jongeren. Het is een bewuste keuze om samen met hen het internaat vorm te geven.

“Het is belangrijk dat ik aanwezig blijf bij de gasten. Dat ik niet enkel bezig ben met administratie of vergaderingen.”

Het internaat werkt autonoom. Dat betekent dat ze alles zelf regelen: aankopen, maaltijden, organisatie, studiebegeleiding en zelfs infrastructuurwerken. ’s Avonds wordt er warm gekookt in de eigen keuken. Achter de schermen gaat het van het bestellen van basisbenodigdheden tot het opvolgen van renovaties.

Die brede verantwoordelijkheid zorgt ervoor dat het internaat niet zomaar een nevenwerking van de school is, maar een zelfstandige leefomgeving.

Leven tussen de jongeren

Wat het internaat volgens Tom uniek maakt, is de huiselijke aanpak. Opvoeders worden aangesproken bij de voornaam. Ook de directeur zelf wordt niet aangesproken met “meneer”, maar gewoon met Tom. “Wij leven tussen onze gasten, wij staan er niet boven.”

Yassin.jpg
Yassin 1.jpg
Yassin 2.jpg

Waarden als vriendschap en verbondenheid staan hier centraal. Jongeren voelen zich gehoord en gezien. Binnen het team wordt sterk ingezet op complementariteit: elk teamlid heeft zijn eigen sterktes en persoonlijkheid, waardoor elke leerling wel aansluiting vindt bij minstens één begeleider.

 

Tom durft met overtuiging te zeggen dat elke intern een vertrouwenspersoon heeft binnen het team.​

Structuur als houvast

Het leven op het internaat volgt een duidelijke dagindeling. Na schooltijd komen de leerlingen terug naar het internaat, waar eerst een vieruurtje wordt aangeboden. Daarna start de studieperiode.

Die studie wordt actief opgevolgd door de begeleiders. Sommige leerlingen werken zelfstandig op hun kamer, anderen studeren in groep onder begeleiding. De opvoeders controleren taken en volgen schoolplatformen op om zicht te houden op wat verwacht wordt.

Internaat 4.jpg
Internaat 1.jpg
Internaat 3.jpg
Internaat.jpg

Toch draait het niet alleen om resultaten.“We zijn geëvolueerd van een sterk resultaatgerichte aanpak naar een focus op welzijn. Als jongeren zich goed voelen, volgen de schoolprestaties vaak vanzelf” , beweert hij.

 

Daarom is er volgens Tom ruimte voor gesprekken over hoe het echt gaat: thuis, op school, mentaal.“Niet elke leerling wil praten, en dat wordt gerespecteerd, maar de mogelijkheid is er altijd” , aldus Tom.

Leven en laten leven

Vrijheid is een kernwaarde binnen het internaat. Het is volgens Tom absoluut geen gevangenis. Jongeren mogen hobby’s blijven uitoefenen, zolang het praktisch geregeld wordt. Er is ruimte om je even terug te trekken op je kamer.

 

Maar volledige afzondering moedigt men niet aan. Als iemand zich meerdere dagen opsluit, gaat een begeleider in gesprek. Niet om te straffen, maar om te begrijpen.

“Leven en laten leven”, noemt hij het. In een groep van 45 jongeren hoeft niet iedereen beste vrienden te zijn, maar respect en samenleven staan centraal.

 

Oudere leerlingen nemen spontaan een voorbeeldrol op. Wie al jarenlang intern is, groeit volgens Tom uit tot een halve opvoeder..

Een tweede thuis

“Wij zijn geen vervangthuis,” benadrukt Tom, “maar voor sommige jongeren zijn we dat onbewust wel.”

 

Voor leerlingen uit moeilijke thuissituaties biedt het internaat rust, structuur en stabiliteit. De zekerheid om dagelijks naar school te gaan, samen te leven met leeftijdsgenoten en ondersteund te worden door volwassenen die hen kennen, maakt voor sommigen een wereld van verschil.

“Wij verklaren onszelf niet heilig,” zegt Tom nuchter, “maar we helpen wel degelijk een aantal jongeren vooruit.”

Nauwe samenwerking

De samenwerking met ouders en school verloopt volgens Tom vlot en functioneel. Ouders zien het team regelmatig bij het brengen en ophalen van hun kinderen.

 

Daarnaast is er contact via mail, telefoon of digitale platformen.Met de schooldirectie en zorgcoördinatoren is er structureel overleg. Problemen of bezorgdheden worden gedeeld, maar er wordt niet voor elk klein incident alarm geslagen. Die balans tussen betrokkenheid en vertrouwen typeert de aanpak.

Een sterk en stabiel team

Waar Tom bijzonder trots op is, is de stabiliteit binnen zijn team. Al vijf jaar werken dezelfde vijf begeleiders samen.

“Het is een perfecte puzzel van vijf”, meldt hij vol trots. “Iedereen vult elkaar aan.”

Die continuïteit zorgt voor duidelijkheid, structuur en vertrouwen bij de jongeren. Het team werkt down-to-earth, met een gedeelde visie en enthousiasme.

“We weten perfect van elkaar wie wat doet en hoe we functioneren.”

Toekomstplannen en groei

Momenteel verblijven 45 jongeren op het internaat, maar de vraag is groter dan het aanbod. Er is een lange wachtlijst.

 

Plannen voor uitbreiding liggen klaar.

 

Een bijkomend gebouw aan de overkant van de straat bij de zusters van Don Bosco, waar momenteel 6 internen slapen, kan later uitgebreid worden tot een vestiging voor zo'n twintig tot vijfentwintig internen.

 

Daarmee wil het internaat inspelen op de groeiende vraag in de regio. In een studentenstad als Kortrijk zijn de mogelijkheden voor internaatsopvang beperkt. Dat maakt de werking van Don Bosco 2.0 des te relevanter.

Meer dan een diploma

Het leven op Internaat Don Bosco 2.0 volgt een duidelijke dagstructuur, met vaste studie- en slaapmomenten per graad. Tegelijk blijft er ruimte voor ontspanning: samen tv kijken, een quiz spelen of praten over het leven.

Avonden waarop ze samen televisie kijken, een spel spelen of gewoon praten over het leven, zijn volgens Tom minstens even waardevol als studiemomenten.

“Zoals thuis,” vertelt hij, “maar dan met 45 jongeren.”

Het internaat wil jongeren niet alleen begeleiden naar een diploma, maar vooral naar zelfstandige, evenwichtige jongvolwassenen. En dat, zo blijkt uit het enthousiasme van de directeur, is meer dan een job. Het is een roeping.

Ilana Bekaert (5 Moderne Talen voor het vak Taalredactie en Taaltechnologie)

Van snack tot solidariteit: het verhaal achter de wereldwinkel door de ogen van Loes Samyn en Paul Vincke.

image.png

De Wereldwinkel op school is veel meer dan een plek waar leerlingen snacks kopen. Het is een project dat draait rond engagement, verantwoordelijkheid en vooral eerlijke handel. In samenwerking met Oxfam krijgen leerlingen de kans om actief bij te dragen aan een rechtvaardigere wereld. Ik legde m’n oor te luister bij leerkrachten Loes Samyn en Paul Vincke, twee drijvende krachten bij dit mooie initiatief.

 

Wat is het concept van een wereldwinkel?“

 

Het houdt in dat wij producten aanbieden van Oxfam, dat zorgt er voor dat we eerlijke handel ondersteunen”, verklaart Loes.

 

De producten die ze verkopen, zijn afkomstig uit eerlijke handel: Fairtrade. Dat betekent dat producenten, vaak boeren, een correcte prijs krijgen voor hun grondstoffen.

 

“Het belangrijkste is dat de organisatie weet dat er eerlijke handel achter zit.”Die grondstoffen komen uit verschillende landen en worden vaak verwerkt via coöperaties. We werken dus samen met een aantal boeren uit die coöperaties; zij leggen dan contacten met Oxfam”, aldus Paul.

Leerlingen nemen de leiding

Wat deze Wereldwinkel bijzonder maakt, is dat leerlingen zelf instaan voor de werking ervan.

“Leerlingen mogen de winkel volledig leiden.

Zij nemen alle verantwoordelijkheid op zich.”

Ze zorgen niet alleen voor de verkoop, maar nemen ook praktische taken op zich, zoals het beheren van de voorraad, het plaatsen van bestellingen en het openen en sluiten van de shop.

Dat vraagt een zeker engagement en verantwoordelijkheidsgevoel, meent Loes: “Het is nodig het goed te organiseren, want het gaat over heel wat geld dat binnenkomt.”

In totaal zijn er 41 leerlingen betrokken. Ze werken met een beurtrol en staan gemiddeld om de twee weken in de winkel. De uitverkoren kandidaten variëren van leerlingen uit het 4e tot het 6e middelbaar.

Assortiment: gezond, eerlijk en haalbaar

 

Het assortiment van de Wereldwinkel lijkt op het eerste gezicht eenvoudig, maar er zit veel denkwerk achter. De producten moeten niet alleen lekker en betaalbaar zijn, maar ook passen binnen de visie van eerlijke handel én de gezondheidsregels van school.

“Momenteel verkopen we fruitsapjes, biolimonade, ice tea, koekjes, chocolade… Dat is het ongeveer”, somt Paul op.

Hoewel het aanbod vrij klassiek lijkt, wordt er voortdurend nagedacht over wat wel en niet geschikt is. Zo besliste men onlangs om bepaalde producten te schrappen:

“Die chips verkopen we niet meer, omdat het niet in het gezonde aspect van onze school past”, verduidelijkt Loes.

Die keuze toont hoe de Wereldwinkel balanceert tussen verschillende doelen. Enerzijds wil men producten verkopen die leerlingen aanspreken, anderzijds wil de school gezonde keuzes stimuleren. “Het is een beetje geven en nemen”, zucht Paul.

Naast het huidige aanbod blijft het team uitijken naar mogelijke uitbreidingen. Leerlingen en leerkrachten denken actief na over nieuwe producten. Tegelijk wordt er rekening gehouden met wat Oxfam zelf aanbiedt, waardoor de keuze soms beperkt blijft.

Daarnaast speelt de verkoop ook een grote rol. Producten die niet goed verkopen, verdwijnen uit het aanbod: “We hebben dit jaar een product gehad waarvan we merkten dat het echt niet genoeg verkocht, dus dat hebben we nu even geschrapt”, glimlacht Loes.

 

Op die manier blijft het assortiment dynamisch en afgestemd op de vraag van de leerlingen.

Wanneer producten bijna vervallen, wordt verspilling vermeden: “Weggooien is geen optie. Soms delen we de producten uit aan de leerlingen die zelf in de winkel staan”, knipoogt Paul.

Waar gaat het geld naartoe?

De opbrengst van de Wereldwinkel krijgt een duidelijke en doordachte bestemming. Het grootste deel van het geld wordt ingezet om projecten en goede doelen te ondersteunen, vaak in lijn met de principes van eerlijke handel en solidariteit. Paul en Loes in koor:

“Het geld dat wij verdienen met onze verkoop, wordt geschonken aan een goed doel.”

Er wordt mij duidelijk gemaakt dat het geld niet zomaar verdwijnt of voor willekeurige zaken gebruikt wordt. Transparantie en correct beheer spelen hierin een belangrijke rol.

“Onze boekhoudster is daar enorm strikt in. Er gaat geen cent van één kant naar de andere,” expliceert Paul.

 

Een deel van de inkomsten investeren ze opnieuw in de werking van de winkel zelf. Denk bijvoorbeeld aan het aankopen van nieuwe producten bij Oxfam, zodat het aanbod op peil blijft.

Een klein deeltje van de opbrengst gaat naar de leerlingen die zich inzetten voor de wereldwinkel. Niet in centen, maar wel in gezellige momenten samen. Dat zijn eerder symbolische beloningen.

 

Eenmaal per jaar vindt er een barbecue plaats met alle leerlingen of zijn er pannenkoeken, dit financieren ze met het geld van de winkel. Deze activiteiten dienen vooral om de inzet van de leerlingen te waarderen en de groepssfeer te versterken.

Tot slot sluit deze financiële regeling nauw aan bij de waarden van de Wereldwinkel: eerlijke handel, solidariteit en duurzaamheid. Het geld dat leerlingen uitgeven aan een drankje of snack heeft immers een impact die veel verder gaat dan de schoolmuren: “Het feit dat je op die manier een steentje kunt bijdragen aan eerlijke handel… dat maakt het wel de moeite waard”, glundert Paul.

Een pedagogisch project

De Wereldwinkel past perfect binnen de waarden van de school:

“We proberen sociaal te zijn. We trachten mensen te helpen, dat past binnen het pedagogisch project.”

Het project heeft ook een duidelijke sociale en persoonlijke impact.

 

Sommige leerlingen groeien zichtbaar in hun rol: “Het is fijn om te zien hoe leerlingen openbloeien en met volle goesting achter de kassa staan”, vertelt Loes opgewekt.

Succes op school

 

De Wereldwinkel blijkt een groot succes: “Dit jaar wordt er bijzonder veel verkocht.”

Zelfs zoveel dat de leveringen soms moeilijk volgen: “Vaak kan Oxfam onze bestellingen niet bijhouden.” Hoewel veel leerlingen komen voor een snack, dragen ze tegelijk (onbewust) bij aan een groter doel.

Impact

De Wereldwinkel is een mooi voorbeeld van hoe onderwijs, engagement en solidariteit samenkomen. Wat begint als een eenvoudige schoolwinkel, groeit uit tot een leerervaring met impact, zowel lokaal als wereldwijd.

“Het feit dat je op die manier een steentje kunt bijdragen aan eerlijke handel, vind ik wel mooi meegenomen”, vertellen ze mij beiden vol overtuiging.

Hopelijk heb ikzelf op deze manier ook een ‘fair’ steentje bijgedragen aan deze prachtige, solidaire berg.

Illana Bekaert (5 Moderne Talen voor het vak Taalredactie en Taaltechnologie)

bottom of page